Hij was zelf coureur, in een lichtgrijs verleden. In 1998 reed hij zijn laatste race. Hij finishte als zeventiende. Dat was in de Formule 3000. Toen dé opstapklasse naar de Formule 1. Maar niet voor deze coureur. Het ene punt dat hij in twee jaar F3000 scoorde, maakte één ding duidelijk: de F1 zou hij niet halen.
Dus besloot Christian Horner het over een andere boeg te gooien. Hij concentreerde zich op teammanagement. Voor zover hij dat nog niet deed, want in de F3000 runde hij Arden, zijn eigen team, en was behalve coureur (vertelde hij Motor Sport Magazine eens) ook “teammanager, sponsorjager, boekhouder, kok en afwasser.” Het contrast kan niet groter zijn met de Horner die dit jaar verhaal doet in de hall of fame van Red Bull Racing, het team dat onder zijn leiding al vier wereldtitels heeft gewonnen bij de constructeurs – en ook vier bij de rijders, van 2010 t/m 2013 met Sebastian Vettel.
Busy, busy
Van de RB1 van 2005 tot en met de RB13 van dit jaar, Horner heeft ze allemaal van de fabrieksband zien rollen. “Dit is mijn dertiende jaar in de F1 met Red Bull Racing en ik heb het team enorm zien veranderen en groeien. Ik voel me er daarom heel persoonlijk bij betrokken.” De afwas hoeft hij niet meer te doen, maar hij is nog altijd busy, busy. Een team runnen is complexe business, met alle technische, sportieve en commerciële zaken. “Het is eigenlijk nooit rustig. Of stil.”
Het grootste deel van de werkweek zit hij op de fabriek, maar als de F1 op pad is, is Horner natuurlijk op het circuit en aan de pitmuur te vinden - de blik strak op zijn coureurs. Wat hij vooral nog toepast uit zijn eigen raceloopbaan? “Dat het verschil tussen goede en minder goede teams 'm met name in de mensen zit. Daarom streef ik er bij Red Bull Racing naar de beste mensen te hebben en voor de beste spirit te zorgen. Je moet er natuurlijk plezier in hebben, maar ook altijd meer willen, je constant verbeteren. Dat doe je door een omgeving te scheppen waarin vertrouwen bestaat.”
'Great guys'
Vertrouwen is ook cruciaal voor een ander belangrijk deel van zijn baan: de coureurs managen, individueel en onderling. Horner vindt Max en Daniel Ricciardo 'great guys'. “Ze zijn allebei what you see is what you get en kunnen het goed met elkaar vinden. Rivalen die fel met elkaar strijden, maar professioneel. Het blijft op de baan.” Het kan altijd dat het minder gezellig wordt, bijvoorbeeld als Red Bull Racing in 2018 meedoet om de titel en Max en Daniel allebei titelkandidaten zijn. “Met meer druk komt er meer spanning op zo'n relatie. Waarschijnlijk zal dat met Max en Daniel niet anders zijn, maar er zijn geen coureurs die ik liever in ons team heb dan deze twee.”
Goed nieuws dus dat Max tot en met 2020 heeft bijgetekend. “We willen met Max op jacht naar wereldtitels.” Waar Max met zijn twintig jaar een jong toptalent is, heeft Horner er wat jaartjes als teambaas op zitten: “Maar met mijn 43 jaar ben ik nog relatief jong”, spreekt hij, lachend, voor een teambaas ware woorden. “Ik heb het gevoel dat ik nog genoeg tijd heb om andere dingen te overwegen voor later. Voor de voorzienbare tijd ligt mijn focus hier.” Daarbij staat ook na dertien jaar nog elke dag hetzelfde op de agenda: Red Bull Racing in een winnende positie brengen.
Onderdeel van dit verhaal