F1

Dit zijn de vetste bochten van de Formule 1

© Getty Images
Geschreven door Roland MatherGepubliceerd op
Naar welke circuits moet je om de vetste bochten van de Formule 1 te vinden? Wij maakten een selectie. En komt de Arie Luyendijkbocht daar in 2020 bij?

1. Maggots, Becketts en Chapel (Silverstone)

Silverstone: voor echte racers!
Silverstone: voor echte racers!
Silverstone, waar de Britse Grand Prix verreden wordt, is een echt circuit van de oude stempel: uitdagend, snel en gewoon nog met gras langs de baan in plaats van meterslange asfaltstroken. Het beste deel van de baan is de bochtencombinatie Maggots, Becketts en Chapel. Deze combinatie komt na Copse Corner, een lekkere rechterdraai die vol gas genomen kan worden. In Maggots, Becketts en Chapel slingeren de coureurs van links naar rechts en weer terug naar links. De kunst is om de perfecte lijn te houden, want een foutje in Maggots betekent dat je ook in Becketts en Chapel snelheid mist. Hier goed doorheen komen geeft coureurs nog altijd een kick.

2. Eau Rouge (Spa-Francorchamps)

Misschien wel de meest legendarische bocht van de Formule 1-kalender bevindt zich op circuit Spa-Francorchamps, het thuis van de Grand Prix van België. Raidillon aan de Eau Rouge, zoals de bocht officieel voluit heet, is een slingerbocht die steil omhoog loopt. Met de moderne auto's kan je er vol gas doorheen, maar jarenlang had je ballen van staal nodig om je gaspedaal ingetrapt te houden. Soms ging het ook goed mis; als iemand zichzelf of zijn auto overschatte, eindigde het verhaal steevast met een enorme knal in één van de bandenmuren aan weerskanten van de bocht.

3. 130R (Suzuka)

Naast Eau Rouge is er nog zo'n bocht waar het voor coureurs jarenlang een soort prestigestrijd was om geen gas terug te nemen. Het circuit van Suzuka in Japan is door zijn afwisselende en mooie lay-out sowieso enorm populair bij de meeste coureurs, maar de spannendste bocht is 130R. Dit is een linkerknik aan het eind van een recht stuk en wie geen vertrouwen in zijn auto heeft, valt hier door de mand: je moet bijna blind insturen, vol gas. Als dat lukt dender je met dik driehonderd kilometer per uur de bocht door, richting de laatste chicane voor start/finish.

4. S do Senna (Interlagos)

De S do Senna: spektakel gegarandeerd
De S do Senna: spektakel gegarandeerd
Hoogteverschil kan een bocht die anders misschien niet eens zo bijzonder zou zijn, tot een juweeltje maken. Eau Rouge is legendarisch omdat deze zo steil omhoog loopt, het tegenovergestelde is de charme van de S do Senna op het circuit van Interlagos in Brazilië. Dit is de eerste bocht na start/finish en het eerste deel ervan (linksaf) loopt flink omlaag. Op het juiste moment aanremmen en insturen is cruciaal, zeker omdat je alle snelheid van de eerste knik meeneemt naar de rechts/links slinger die volgt, en het daaropvolgende rechte stuk met DRS-mogelijkheid. Nog een pluspunt van deze bocht: je kan er, als je lef hebt, prima inhalen. Vraag maar aan Max.

5. Piscine (Monaco)

Voor coureurs is een bocht vooral mooi als deze keer op keer een uitdaging blijft. Dat is zeker het geval bij Piscine, de slinger rond het zwembad in Monaco. Met een gigantische snelheid moeten coureurs hun auto hier vlak langs de muur zien te frommelen, waarbij iedere millimeter telt: te vroeg insturen leidt tot een kus met de muur, en meestal een gebroken wielophanging, bij te laat insturen wacht een knal op de kerbstones en/of de muur aan de buitenkant. Piscine is, al lijkt de Grand Prix van Monaco voor fans soms een saaie bedoening, voor coureurs ieder rondje een feest.

En vanaf 2020... de Arie Luyendijkbocht?

Zandvoort 2020....wij kunnen niet wachten!
Zandvoort 2020....wij kunnen niet wachten!
Het is nog even afwachten, het asfalt gaat namelijk flink op de schop, maar het zou zomaar kunnen dat één van de meest spectaculaire bochten van de Formule 1 volgend jaar in Nederland ligt. De Arie Luyendijkbocht, de laatste draai naar rechts voor start/finish op Circuit Zandvoort, wordt namelijk omgebouwd tot een kombocht. Het asfalt krijgt een schuine hoek zoals bekend is van de ovale circuits van de IndyCars in de VS, maar dan iets extremer en steiler.
Het idee erachter is dat coureurs deze bocht dan vol gas kunnen nemen, met DRS, om inhalen op het rechte stuk mogelijk te maken. Bandenfabrikant Pirelli krijgt nu al hoofdpijn van deze bocht, de huidige banden in de F1 zijn namelijk niet gemaakt voor kombochten, maar dat maakt het eigenlijk alleen maar mooier. Misschien bezit Circuit Zandvoort met de Arie Luyendijkbocht vanaf 2020 over een pareltje.