Kijk je samen met je vrienden naar Formule 1-races en wil je de volgende keer als een echte F1-pro uit de bus komen? Of moet je meekijken met je partner, die denkt dat jij niets van de sport weet? Hou dan zeker deze F1-termen in het achterhoofd. Gebruik je ze op het juiste moment, dan maak je ongetwijfeld indruk!
01
Party mode
In Q3 gaat hij knallen met de party mode.
Wanneer zeg je dit?
Ergens in het eerste half uur van de kwalificatie, op zaterdag.
Wat betekent het?
In het beslissende deel van de kwalificatie krijgt hij extra motorvermogen.
De (iets langere) uitleg:
De kwalificatie, de training op zaterdag waarbij de startplaatsen voor de race verdeeld worden, bestaat uit drie delen: Q1, Q2 en Q3. In het laatste deel, de Q3, worden de tien beste startplekken verdeeld. In Q3 kunnen de meeste teams het motorvermogen even opschroeven. Deze speciale motorsetting wordt de 'party mode' genoemd. De party mode helpt coureurs aan een zo snel mogelijke rondetijd in Q3, het beslissende deel van de kwalificatie.
02
Debris
Max moest opletten voor debris.
Wanneer zeg je dit?
Als iemand gecrasht is en er nog wat stukken van de auto op de baan liggen.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat Max moet opletten dat hij niet over de brokstukken van een andere auto rijdt.
De (iets langere) uitleg:
Weer zo'n Engels woord dat tot de standaard Formule 1-taal is gaan horen: debris. Op televisie wordt geen moeite meer gedaan om dit te vertalen, het lijkt te zijn opgenomen in het woordenboek 'Formule 1 voor kenners'. Maar wat is debris nu precies? Eigenlijk alles wat niet op de baan hoort, maar wel voor fikse schade aan de auto's kan zorgen. De meest voorkomende vorm van 'debris' (letterlijk vertaald: puin) zijn brokstukken van andere auto's, die bijvoorbeeld na een crash op de baan blijven liggen. Natuurlijk doen marshalls er altijd alles aan om de baan weer schoon te maken na een crash, maar een klein stukje carbon kan altijd blijven liggen. Dat kan grote gevolgen hebben, zoals een lekke band of een kapotte vloer. Dus: mocht er iets op de baan liggen wat er niet hoort, debris, dan doet Max er beter aan om daar omheen te rijden...
5 min
Max Verstappen en Alex Albon roadtrippen door Nederland
Max Verstappen toont teamgenoot Alex Albon enkele highlights in zijn thuisland. Molens, bloemen en dat nieuwe circuit in Zandvoort dus. Ready?
03
Elimination zone
Wie zit er in de elimination zone?
Wanneer zeg je dit?
Tijdens het eerste of tweede deel van de kwalificatie.
Wat zeg je eigenlijk?
Wie zit er tot de laatste vijf van deze sessie?
De (iets langere) uitleg:
De kwalificatie bestaat uit drie delen; Q1, Q2 en Q3. Aan Q1 mag iedereen meedoen en na afloop van deze sessie worden de vijf traagste coureurs uitgeschakeld. Tijdens dit deel van de sessie zijn de plaatsen 16 tot en met 20 dus de 'elimination zone'; wie daar aan het eind van de rit instaat, wordt geëlimineerd. Hetzelfde geldt in Q2, het tweede deel van de kwalificatie, maar dan voor de plaatsen elf tot en met 15. Je wilt als coureur dus niet in de elimination zone terechtkomen.
04
Undercut
Max kan hem pakken via de undercut.
Wanneer zeg je dit?
In het eerste deel van de race, als Verstappen vlak achter iemand rijdt.
Wat zeg je eigenlijk?
Max kan de coureur voor hem inhalen tijdens de pitstops.
De (iets langere) uitleg:
Iedere coureur moet tijdens de race één of meerdere pitstops maken. De pitstops zijn heel belangrijk: een goede strategie kan je voorbij een concurrent helpen. Een bekende term in de Formule 1 is de 'undercut'. Dit houdt in dat je eerder naar de pits gaat voor nieuwe banden dan de coureur voor je. Op nieuwe banden kan je harder rijden en dus win je tijd ten opzichte van coureurs die nog geen nieuwe banden hebben. Deze tijdwinst kan ervoor zorgen dat je je concurrent voorbij bent als hij even later ook een pitstop maakt.
2 min
First laps on the remade 2020 Zandvoort circuit
Max Verstappen gets his first taste of the newly renovated 2020 Zandvoort circuit in the Netherlands.
05
DRS
Hij moet in de DRS-zone komen.
Wanneer zeg je dit?
In de race en als een coureur niet ver achter iemand anders rijdt.
Wat zeg je eigenlijk?
Hij moet op een seconde van zijn voorganger rijden.
De (iets langere) uitleg:
In de Formule 1 is er een trucje dat ervoor zorgt dat je makkelijker kan inhalen: DRS. Dit is een afkorting voor Drag Reduction System en werkt als volgt: als een coureur bij een vast meetpunt op het circuit minder dan één seconde achter een andere auto zit, klapt op het rechte stuk een deel van zijn achtervleugel open. Deze openklappende achtervleugel geeft de auto extra snelheid, omdat er minder neerwaartse druk is. Wie 'in de DRS-zone' zit, heeft door dit extra stukje topsnelheid dus een goede kans op een geslaagde inhaalactie.
06
Drive through penalty
Dit moet hem een drive through penalty opleveren.
Wanneer zeg je dit?
In de race en als twee auto's (bijna) met elkaar crashen.
Wat zeg je eigenlijk?
Deze coureur moet gestraft worden.
De (iets langere) uitleg:
Als een coureur tijdens de race een fout maakt, door bijvoorbeeld tegen een andere auto aan te rijden, kan de wedstrijdleiding hem een straf opleggen. Een veelvoorkomende straf is een 'drive through'. Dit houdt in dat de auto in een bepaald rondje door de pitsstraat moet rijden. Aangezien in de pits een maximale snelheid van 100 of 120 kilometer per uur geldt, kost dit veel tijd. Meestal komt dit neer op een tijdverlies van ongeveer een seconde of tien.
07
Compound
Op welk compound rijdt Max deze stint?
Wanneer zeg je dit?
Deze vraag kan je op ieder moment tijdens de race stellen.
Wat zeg je eigenlijk?
Je vraagt op welk type banden Max op dit moment rijdt.
De (iets langere) uitleg:
Een 'stint' is een Formule 1-term voor een periode tussen twee pitstops. Je spreekt van de start tot de eerste bandenwissel dus van de eerste stint, na de eerste pitstop begint de tweede stint, enzovoorts. Iedere coureur moet tijdens de race verplicht op meerdere bandensoorten (compounds) rijden. Er zijn per race drie verschillende compounds: zacht, medium en hard. Op zachte banden rij je het hardst, maar die slijten ook het snelst.
08
Outlap
Hij heeft nu een goede outlap nodig.
Wanneer zeg je dit?
Als een coureur tijdens de race uit de pits komt.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat de eerste ronde na de pitstop goed moet gaan.
De (iets langere) uitleg:
In de race is een 'outlap' vaak heel belangrijk. Na de pitstop kan je in die eerste ronde, op nieuwe banden, een groot verschil maken ten opzichte van een concurrent die is doorgereden op oudere banden. Als die vervolgens een rondje later naar de pits gaat, kan je dankzij een goede 'outlap' iemand voorbij. Oftewel, om het helemaal in F1-taal te zeggen, met een goede outlap kan je iemand inhalen via de 'undercut'. Maar eigenlijk is de outlap dus gewoon de eerste ronde na een pitstop.
09
Apex
Oei, hij mist daar de apex!
Wanneer zeg je dit?
Wanneer een coureur een bocht op het circuit verkeerd neemt.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat iemand niet de ideale lijn volgt in de bocht.
De (iets langere) uitleg:
De 'apex' (of 'clipping point') is een term die je geregeld hoort tijdens Formule 1-uitzendingen. Maar wat is het precies? De 'apex' in F1 is het gedeelte van de bocht waar je het dichtst tegen de binnenkant aan zit. Dit is ook het punt waar je de laagste snelheid hebt. Wie voorbij de apex is, kan het tempo weer opvoeren. Remt een coureur te laat voor een bocht, of stuurt hij die niet helemaal goed in, dan mist hij de 'apex' en dat kost tijd. Gooi deze zin er tussendoor tijdens de race en je praat als een echte pro!
10
Snelste raceronde - paarse klok
Verstappen heeft snelste raceronde te pakken.
Wanneer zeg je dit?
Wanneer het paarse klokje voor 'VER' staat.
Wat zeg je eigenlijk?
Tijdens de race zie je een paars klokje voor iemands naam staan. Dit betekent dat die coureur momenteel de snelste raceronde heeft gereden. Als de race klaar is en je nog steeds het paarse klokje voor je naam hebt, dan wordt je beloond met een bonuspunt.
De (iets langere) uitleg:
Vanaf 2020 krijgt de rijder die de snelste raceronde heeft gereden een bonuspunt. Het punt voor de snelste ronde wordt enkel uitgereikt als de rijder die de snelste ronde heeft gereden zich op het einde van de wedstrijd in de top tien bevindt. Rijdt de nummer elf de snelste raceronde, dan wordt het punt niet uitgekeerd.
11
Sectorkleuren
Paars en paars, dat moet pole worden!
Wanneer zeg je dit?
Tijdens de kwalificatie en als Max bezig is aan een toprondje.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat Max de snelste tijd heeft neergezet tijdens de eerste twee intervals.
De (iets langere) uitleg:
Tijdens een raceweekend wordt een Formule 1-circuit door de organisatie altijd opgedeeld in drie sectoren (intervals). Dat is voor tv-kijkers top, want je kan dan alle tussentijden bijhouden en in de gaten houden op welk deel van de baan jouw favoriet tijd goedmaakt of juist verliest. Tijdens de kwalificatie krijg je een idee hoe goed (of slecht...) iemand bezig is. Om dat nog beter in kaart te brengen, heeft de F1-organisatie iets bedacht: kleurtjes. Als er een intervaltijd neergezet is, kunnen er drie kleuren in beeld komen:
1) Geel → Geen goed nieuws. Dit betekent namelijk dat de coureur in een eerder rondje sneller geweest is in deze interval. Geel houdt dus in: geen verbetering van de persoonlijk beste sectortijd.
2) Groen → Prima nieuws. Groen betekent dat dit voor deze coureur zijn persoonlijk beste sectortijd was en dat hij op weg is om zijn eigen snelste rondetijd te verbeteren.
3) Paars → Feest! Zie je deze kleur in beeld, dan gebeuren er mooie dingen. Een paarse sectortijd betekent namelijk dat niemand anders zo snel ging op dit deel van het circuit. Zet een coureur paarse sectortijden neer, dan is hij vrijwel zeker op weg naar pole position.
12
Interval
In de F1 betekent interval het verschil in tijd tussen 2 coureurs. Er bestaan 2 soorten intervallen: die tussen de leider van de wedstrijd en de rest van het veld, en die tussen 2 coureurs onderling.
13
Flatspot
Oei, dat kan wel eens een flatspot opleveren.
Wanneer zeg je dit?
Wanneer iemand zich verremt en daardoor een band blokkeert.
Wat zeg je eigenlijk?
Er is een kale plek op de band ontstaan.
De (iets langere) uitleg:
Een flat spot geeft aan dat de band van de raceauto op één plaats sterk is afgesleten. Dit komt voor als de coureur opeens heel hard moet remmen of spint. Dit vermindert vooral de grip van de banden waardoor de coureur vaak al heel snel een pitstop moet maken voor een nieuw setje banden, zodat hij weer gewoon verder kan.
14
Porpoising
Het lijkt alsof de auto van Verstappen flink aan het stuiteren is, maar het is de porpoising.
Wanneer zeg je dit?
Wanneer het lijkt alsof de auto's aan het stuiteren zijn.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat de auto van de coureur op en neer beweegt.
De (iets langere) uitleg:
De nieuwe auto's zijn zogeheten 'ground effect' auto's. De onderkant van de auto fungeert hierbij eigenlijk als een soort vleugel. De hele auto neemt daardoor een soort vleugel vom aan. Dat zorgt ervoor dat de auto naar beneden wordt gezogen door de downforce. Als gevolg van de auto die zo dicht op de grond zit, bouwt de downforce zich heel snel op, tot de onderkant van de auto het asfalt raakt en alle downforce opeens weg is. De auto lanceert zich gelijk terug omhoog. Dit blijft zich dan herhalen. De auto 'veert' als het ware over het circuit heen. Dit kan er soms erg heftig uitzien.
15
Long Run
Hij gaat voor een long run om te kijken waar ze zitten qua racepace.
Wanneer zeg je dit?
Tijdens de vrije trainingen.
Wat zeg je eigenlijk?
Dat een coureur meerdere rondes achter elkaar rijdt zonder te pitten.
De (iets langere) uitleg:
Dit is een reeks rondes die de coureurs achter elkaar met een volle tank rijden. Gemiddeld zijn dit er zo'n 10 tot 15.